Leo,
Het zijn twee verschillende soorten: coquille Saint-Jacques of sint-jakobsschelp (Pecten maximus) wordt veel groter dan de petoncle of wijde mantel (Aequipecten opercularis). Natuurlijk hebben de sint-jakobsschelpen ooit dezelfde maat (in zee) als de wijde mantels, maar er is een minimummaat, die verhindert dat deze kleine exemplaren op de markt komen. Er zijn een aantal duidelijke verschillen: het aantal ribbels is veel groter bij de wijde mantel (>20; duidelijk zichtbaar is op de foto). Verder zijn bij de wijde mantel beide schelpen eigszis bol, terwijl de sint-jakobsschelp een bolle en een platte schelp heeft. Ook is het schelpgedeelte bij het slot (waar de twee schelpen scharnieren) anders: bij de sint-jackobsschelp is de vlakke aanhechting aan het bolle gedeelte vrijwel symmetrisch, terwijl dit bij de wijde matel asymmetrisch is met een duidelijke inke[ing aan een kant (zie foto).
Gegroet, Niels
"ein Gericht kann immer nur so gut sein, wie es seine Grundprodukte sind" R.Speth www.koksforum.nl
ik gebruik ze vaak (als Berberechos, de Spaanse benaming) ze zijn alleen niet vaak te koop in NL
Gelukkig kom ik nogaleens in Frankrijk en daar zijn ze vrijwel altijd te koop en stukken goedkoper.
Ik vind de smaak beter, subtieler dan van coquille. een coquille is wat zoetig terwijl de petoncle meer iets van bitter en zout heeft (zee eigenlijk)
Van het coral, het oranje stukje kan je een heel krachtige en lekkere bouillon trekken om als saus of marinade te gebruiken. Daarvoor moet je dan wel net de vrouwelijke schelpjes hebben want de manlijke hebben nauwelijks coral.
Ik heb ooit van een Catalaanse chef een recept gekregen voor een carpaccio van eekhoorntjesbrood met berberechos. De paddestoelen worden dan flinterdun gesneden en gemarineerd in de bouillon van berberechos/petoncle koraaltjes.
De schelpjes zelf, de inhoud niet de schaal uiteraard, gaan over de gemarineerde paddestoelen en die combinatie is echt geweldig!!